Dat was de naam die werd gegeven aan de speciale sabbat van 14 februari, georganiseerd door de jongeren van de kerk van Namen. Zij hebben alles geregeld: van de ontvangst bij de ingang van de kerk op sabbatmorgen tot en met de lunch. Hun motivatie was even groot als hun noden. Ze hebben dorst naar een eredienst die hen betekenis geeft!
Met de ondersteuning van de jongeren van het koor WeTrust uit Luik werden twee dynamische momenten van lofprijzing gehouden die de voormiddag markeerden en de prediking omkaderden. Pastor Fabio Luna benadrukte opnieuw hoe belangrijk het is om de
gebruikelijke vormen van kerk en eredienst aan te passen om de nieuwe generatie beter te kunnen bereiken — een generatie die aanwezig is in de samenleving en ook in de kerk, vooral via de jeugd. Met behulp van het “misschien” van Jonathan, die een gedurfde stap zette tegenover het Filistijnse leger (1 Samuel 14:6), onderstreepte de boodschap het belang van het durven proberen van nieuwe strategieën, van “misschiens”, om opnieuw verbinding te maken met de opkomende generaties die hun gevoel van betekenis in de kerk verliezen. Hoe kunnen we relevant blijven voor de nieuwe generatie en echt naar hen luisteren? “Door met hen in contact te komen om hun verlangens, hun behoeften en de uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd te leren kennen. Als bedrijven er niet in slagen om de grootste generatie consumenten ter wereld te begrijpen, zullen ze uiteindelijk hun relevantie verliezen.”[1] Natuurlijk moet deze vaststelling in een kerkelijke context worden geplaatst, maar ze laat zien hoeveel werk er nog te doen is binnen de kerk.
Een moment van reflectie en uitwisseling in kleine groepen maakte het mogelijk om de boodschap te verdiepen en te verankeren. Daarna volgde een gezamenlijk gebedsmoment en werden getuigenissen gedeeld, wat een grote verrijking was. Daarbij werd ook gesproken over het belang van het leren beleven van intergenerationele erediensten, in plaats van jongeren te scheiden van de rest van de gemeenschap omdat ze andere behoeften of gevoeligheden hebben. Het plezier om samen te zijn kwam ook tot uiting tijdens de maaltijd, die een echt feest werd waarbij iedereen een typische specialiteit uit zijn land van herkomst kon delen.
Op die dag werden zelfs de mededelingen door kinderen gedaan — een veelbelovend teken van betrokkenheid. Het laat zien dat er geen leeftijd is om te dienen. Johannes de Doper zei over Jezus: “Hij moet groter worden en ik kleiner.”[2] Is het niet tijd om meer ruimte te geven aan de nieuwe generatie zodat zij actieve deelnemers worden in een levende kerk? Hoe kunnen we onze jongeren aanmoedigen om hun plaats in de kerk in te nemen, midden in de missie? Het gezicht van Jezus weerspiegelt zich in elk van deze jongeren. Zij hebben verbinding nodig — iets wat de jongeren uit Namen uitdrukten door een herdenkingskruis dat met de hand werd gemaakt en aan iedereen werd uitgedeeld. Voor een kerk die relevanter is en beter verbonden: met elkaar, met de samenleving en samen met God.
Fabio Luna
