“Ik zou u om een gunst willen vragen voor Onesimus, die tijdens mijn gevangenschap mijn kind is geworden. 11Hij was u destijds niet van nut; nu kan hij echter niet alleen mij, maar ook u goede diensten bewijzen. 12Ik stuur hem naar u terug, hoewel hij me na aan het hart ligt 13en ik hem graag bij me gehouden had.” (Filemon 10-12)
31jan
